


Patiënten met AA hebben een verstoorde aanmaak van alle typen bloedcellen. Dit wordt meestal veroorzaakt door T-cellen die de lichaamseigen stamcellen in het beenmerg vernietigen. Als gevolg hiervan bevat het beenmerg een grote hoeveelheid vetcellen in plaats van bloedproducerende cellen die normaal wel aanwezig zijn. Dit wordt ook wel ‘beenmerghypoplasie’ of ‘aplasie’ genoemd.
De ziekte is in de meeste gevallen verworven, dus niet erfelijk en niet aanwezig sinds de geboorte. Er bestaat een zeldzame erfelijke vorm van de ziekte genaamd Fanconi-Anemie. Constateert men AA dan zal men vaak een chromosomenonderzoek doen om Fanconi-anemie uit te sluiten
AA kan het gevolg zijn van de toediening van hoge doses van bepaalde chemotherapieën of bestraling als behandeling van kanker. Dit type AA is echter afwijkend van verworven AA in de zin dat direct herstel optreedt wanneer de behandeling met chemo of bestraling is afgerond.
De ziekte komt voor bij mensen van alle leeftijden, maar er is een piek van gevallen bij jong volwassenen en mensen in de leeftijd van 60 jaar en ouder.
Afhankelijk van de resultaten van het laboratoriumonderzoek kan de ziekte AA worden ingedeeld als mild of ernstig.
AA wordt geclassificeerd als ernstig indien twee van de volgende drie items aanwezig zijn:
Verder is er de volgende indeling van de ernst van de anemie gemaakt. Gekeken wordt naar de granuocyten (een soort witte bloedcel).
Zonder behandeling heeft ernstige aplastische anemie een snelle dodelijke afloop. Dankzij de huidige behandelingsmogelijkheden (allogene stamceltransplantatie (SCT) en immunosuppressieve therapie) is de overlevingskans van de AA patiënt sterk verbeterd in de afgelopen jaren: de overlevingscijfers liggen tussen de 65-80 % na 5 jaar. Bij kinderen is het percentage succesvolle behandelingen met SCT (met een HLA identieke sibling als donor) zeer groot: 95%.
Met de huidige behandelmethodes is ook het beloop bij transplantatie met een onverwante HLA identieke donor veel minder infaust dan zo’n 30 jaar geleden.
Androgenen hebben slechts weinig effect, hoewel soms de toestand van een patiënt door zo'n hormoonbehandeling wordt gestabiliseerd.
Oorzaken
Men denkt dat in de meeste gevallen van verworven AA de schade aan de stamcellen van het beenmerg wordt veroorzaakt door een auto-immuunreactie. Dit gebeurt wanneer de afweercellen in de war zijn en lichaamseigen weefsel aanvallen. In driekwart van de AA-gevallen is er geen duidelijke achterliggende oorzaak van de op hol geslagen afweercellen. Dit wordt ‘idiopatische aplastische anemie’ genoemd.
In de overige gevallen zijn er sporen terug te vinden van blootstelling aan elementen waarvan bekend is dat deze beenmergstamcellen kunnen beschadigen. Voorbeelden hiervan zijn medicijnbehandeling, sommige chemicaliën en bepaalde ziekten en infecties (hepatitis). Sommige elementen als benzenen en medicijnen kunnen stamcellen direct beschadigen, andere zoals infecties kunnen een auto-immuunreactie veroorzaken. 10-15 % van de patienten met een verworven aplastische anemie maakt voorafgaand aan het ontstaan van de aplastische anemie een hepatitis door.
AA kan voorkomen tijdens zwangerschap maar dit is uitzonderlijk zeldzaam. Bij deze gevallen verdwijnen de verschijnselen meestal aan het einde van de zwangerschap.
Medicijnen die AA kunnen veroorzaken (hoe zeldzaam ook):
De schatting van de frequentie waarbij medicijnen AA kunnen veroorzaken loopt uiteen van 1:4000 tot 1:50.000 behandelingen.Er is geen relatie aangetoond met leeftijd en geslacht van de patiënt, ook is niet met zekerheid een verband aangetoond met de dosis per dag en de behandelingsduur. De beschadiging kan zelfs pas weken tot maanden nadat de patiënt is behandeld tot uiting komen.
Ook kan het zijn dat er een beenmergdepressie optreedt binnen 5 dagen na het begin van de behandeling. Dit treedt meestal op in de vorm van bloedarmoede, verhoogd plasma-ijzergehalte en verminderde opname van ijzer in de rode bloedcellen. Leukopenie en trombocytopenie komen minder vaak voor. Deze beschadiging is afhankelijk van de dosering en de behandelingsduur. Het effect houdt 1-3 weken na staken van de toediening aan.
Optreden van andere zieken
